De win-winlening - goed idee?
De win-winlening - goed idee?
Het idee
De win-winlening, een financieringsinstrument dat in Vlaanderen al jaren succesvol draait, krijgt steeds meer aandacht in Nederland. In deze regeling kunnen particulieren — vaak familie of bekenden — geld uitlenen aan startende of kleine bedrijven (MKB), tegen een vaste rente van 2,25 tot 4,5 procent en met een jaarlijks belastingvoordeel van 2,5 procent. De lening loopt vijf tot tien jaar en is achtergesteld, wat betekent dat de investeerder meer risico neemt maar bij faillissement wél 30 procent van het openstaande bedrag via de fiscus terugkrijgt. CDA en D66 willen het model ook hier invoeren, omdat veel kleine ondernemers moeite hebben om bij banken financiering te krijgen. Volgens deskundigen kan de win-winlening een waardevolle extra route vormen om innovatieve starters en familiebedrijven op weg te helpen.
Bestocratische kijk op de win-winlening
Dit is om meerdere redenen een uitstekend voorstel:
Er is geleerd van 'best-practices' in andere landen: in Vlaanderen is de regeling een succes. Het wérkt!
Een belangrijke financieringsdrempel voor kansrijke, jonge bedrijven wordt weggenomen.
Het risico voor helpende particulieren ("family & friends") wordt verlaagd.
Geen concurrentievervalsing voor banken: het gaat juist om leningen die banken te risicovol vinden.
Het voorstel voldoet aan alle criteria van het Bestocratische Wiel van Vooruitgang:
eenvoudig en goed uitvoerbaar (zij het met kritische kanttekeningen)
bevordert innovatie
beschermt zowel de startup als de particuliere investeerder
bewezen effectief
transparante en helder
rechtvaardig (gericht op MKB en kleine particuliere investeerder)
Kritische kanttekeningen
Het forfaitair rendement in box-3 voor 2026 is 6% (mogelijk zelfs 7,78%)
De echte rente moet liggen tussen 2,25 en 4,5 procent
Een werkelijk rendement van 3% wordt fiscaal behandeld als 3,5% (6% minus 2,5% belastingvoordeel). Daarmee wordt — volgens de Hoge Raad — nog steeds méér belast dan het werkelijke rendement, wat onrechtmatig is.
Rekenvoorbeeld zonder en mét belastingkorting bij € 1000 rente
Zonder korting: effectieve afdracht 72% (€ 720). De investeerder houdt €280 over.
Mét korting: effectieve afdracht 42% (€ 420). De werkelijke belastingdruk is dus geen 36%, maar 42%.
Conclusie
Zolang de box 3-heffing gebaseerd blijft op een forfaitair rendement dat hoger is dan het werkelijke rendement, handelt de staat — ondanks de korting — onrechtmatig: er wordt eerst te veel afgepakt, om vervolgens een deel daarvan terug te geven.
Dat maakt de Nederlandse regeling wezenlijk anders en ongunstiger dan die in Vlaanderen, waar de belastingkorting wordt berekend over het werkelijke rendement. Daar bedraagt de afdracht slechts € 60 en houdt de investeerder dus € 940 over op deze risicodragende lening.